Reserveren

tickets

Vragen

reserveringen@hetdolhuys.nl 023-5410682

    Informatie over verbouwing
    Vandaag open
Bezoekersinformatie

Aan troonopvolgers nooit een gebrek!

Op 27 april is het weer zover; Koningsdag! Koning Willem Alexander viert zijn 51e verjaardag en Nederland trekt ter ere van het staatshoofd, in lange oranje stoet van vrijmarkt naar vrijmarkt. Voor veel Nederlanders klinkt dat nog altijd wat onwennig: Koningsdag. Niet vreemd, wanneer je bedenkt dat we meer dan honderd jaar, van 1891 tot 2013, over Koninginnedag hebben gesproken. Maar er had ook zomaar heel iemand anders op de troon kunnen zitten. Bijvoorbeeld een zekere psychiatrische patiënt die ervan overtuigd was dat hij de koning moest zijn! En het bleef niet bij een gekke gedachte, hij werkte ‘zijn koningschap’ tot in detail uit. Het bewijs hiervoor vinden we in het Nationaal Archief in Den Haag.

In 1890 stierf koning Wilhelm III en in 1891 werd de sinds 1885 gevierde Prinsessedag ter ere van de nieuwe troonopvolgster, de tienjarige koningin in spe Wilhelmina, omgedoopt tot Koninginnedag. Als het aan de heer Luijpgard had gelegen, van 1886 tot 1892 patiënt in het St. Joris Gasthuis te Delft, was het echter nooit zover gekomen.

Aan troonopvolgers nooit een gebrek! 2

Afbeelding: De konings- en de keizerskroon

Wilhelm III heeft door zijn ‘goddeloos liederlijke gedrag’ überhaupt geen kroonwaardig nageslacht voortgebracht is Luijpgard van mening. Daarbij is Wilhelmina toch slechts de dochter van een eenvoudige gravin! voegt hij daar ontstelt aan toe.  Kritiek op de monarchie is eind negentiende eeuw heel gewoon. Socialisten vieren demonstratief geen Koninginnedag, maar de Dag van de Arbeid en eens in de zoveel tijd leest men in de kranten over anarchistische aanslagen op vorsten in Oostenrijk, Italië, Frankrijk of Rusland. Wat de kritiek van Luijpgard echter zo bijzonder maakt, is zijn excentrieke wens dat de monarch weer absoluut wordt en regeert bij de gratie Gods. Ook eind negentiende eeuw mag dat al een bijzonder conservatieve stellingname heten.

Wat Luijpgard betreft, heeft Nederland de teugels teveel laten vieren. Republikanisme, de constitutionele monarchie, het gemenebest, de democratie…alles contraproductief, alles een godsgruwel. Daar moet wat aan gedaan worden! En niet in de laatste plaats door de rechtmatige troonopvolger, ‘de gekroonde profeet’ zelve. Je raadt het al: de heer Luijpgard.

Aan troonopvolgers nooit een gebrek. Met engelengeduld en van Gods zegen verzekerd, begint Luijpgard met het optekenen van zijn streng katholieke, strak hiërarchische leer van het Rapaxisme, ook wel de leer van de Omgekeerde kerk of het Aquillisme genoemd. Let wel; door Luijpgard zelf. Tot in het kleinste detail werkt de verwarde patiënt wetten, gedrags- en omgangsvormen en bijpassende heraldiek uit. Het resultaat: een vijftien schriften omspannende staatsleer getiteld: ‘De Algemeene Staatswet des Gekroonde propheets of De Staatkundige Omgekeerde Kerk, anders gezegd Het Aquilisme.’

  • Aan troonopvolgers nooit een gebrek! 1
  • Aan troonopvolgers nooit een gebrek! 3

Afbeelding 1: De Rapax in zijn ambtskleding
Afbeelding 2: In Luijpgards tekeningen komen telkens dezelfde iconografische motieven naar voren. Hier afgebeeld de ‘draak van het gemeneslecht’(Luijpgards spitsvondige benaming voor het gemenebest). Het venijn zit hem in de staart van de draak: ‘Armoede & Goddeloosheid.’ De Nederlandse leeuw probeert de draak de staart af te bijten terwijl de Rapaxiaanse ruiter gelijke een moderne Sint Joris, de Draak met een speer te lijf gaat. Met zijn achterpoten steunt de gemeneslecht-draak op een zogenaamde ‘tong-dobbelsteen’, symbool voor het ‘kans-spelende’ karakter van de democratie; een gevaarlijk dobbelspel waarbij slechts het getal beslist. Ook de paus draagt zijn steentje bij door vanuit de wolken een bliksemschicht op de draak te doen neerslaan. Linksboven zien we de gekroonde Rapax die de draak te lijf gaat. Boven in het midden de pauselijke zon, het zinnebeeld van de goddelijke macht. Het koningschap wordt door Luijpgard gesymboliseerd met een maan. Net als de maan, kan het koningschap pas oplichten, zodra het goddelijke zonnelicht op haar neer is geslagen.

Vijf grondbeginselen zijn volgens de toekomstige Rapax streng in acht te nemen: ‘1. Dat Gods Profeet een Karelman is. 2. Dat hij katholiek is. 3. Dat ik de Rapax ben. 4. Dat ik de gave der voorzegging heb ontvangen en 5. Dat mij een staatkundige onfeilbaarheid is geschonken.’ Revolutie, reformatie en volksparticipatie zijn de Rapax een doorn in het oog. De verwereldlijking werkt een gebrek aan religiositeit en uiteindelijk zingeving in de hand en moet dus met alle mogelijke middelen worden tegengegaan. De adel, hetzij in gezuiverde vorm, dient invulling te geven aan dit nieuwe Rooms-religieuze levensgevoel. Een raad van hoge geestelijken steunt de Rapax in zijn besluitvorming.

Een ander belangrijk onderscheid, zo kaart Luijpgard in zijn introductie van het nieuwe wetboek aan, is ‘dat alles met zinnebeelden wordt opgehelderd en dat om het gehoorzamen makkelijker te maken de reden der bepalingen er bij is opgegeven.’ In goed katholieke traditie, draagt het nieuwe wetboek een beeldend-catechetisch karakter en dát is wat deze schriftjes interessant maakt.

Al de schriftjes van Luijpgard zijn rijkelijk geïllustreerd met gedetailleerde pentekeningen. Iedere tekening staat bol van de iconografische verwijzingen waarmee hij zijn leer visueel invulling wil geven. Opvallend daarbij is de consequentie in zijn denken. Gedachtelijnen worden ondanks de inhoudelijke absurditeiten, sluitend en strak geordend doorgevoerd. Ook qua historische referenties laat hij nergens een steekje vallen. In de marges worden legenda’s opgetekend zodat iedereen in een oogopslag kan zien wat de boodschap is. Van scepter tot kroon, van mantels tot munten en van bestuursgebouwen tot wapenschilden, aan alles heeft Luijpgard gedacht.

Aan troonopvolgers nooit een gebrek! 4

Afbeelding: Luipgards ontwerpen voor: ‘Het zwaard der gerechtigheid’, ‘De appel des Rijks’ en de ‘Zegelring der Echtheid’

Wat er met de Rapax uiteindelijk gebeurd is weten we niet. De naam Luijpgard komt nergens in de gestichtsregisters terug. Daarom kunnen we aannemen dat het om een pseudoniem gaat. Op pagina 7, midden in artikel 36, valt het plots stil. Een onafgemaakte schets spookt nog op de volgende bladzijde, daarna blijven de bladen onbeschreven. Het Rapaxisme is een stille dood gestorven. Wie nieuwsgierig is geworden doet er goed aan een bezoek te brengen aan het Nationaal Archief in Den Haag, waar de wondere wereld van deze vergeten troonpretendent voor iedereen openlijk inzichtelijk is.

Bron:
(Den Haag, Nationaal Archief: Inv. nr. 2.15.40 / ingang 1.2.4 / nr. 256-266)

Auteur: Tom Teeuwen

Delen