Reserveren

tickets

Vragen

reserveringen@hetdolhuys.nl 023-5410682

    De verbouwing
    Vandaag open
Bezoekersinformatie

Een donkere dolcel uit de zestiende eeuw

In de Middeleeuwen waren er geen aparte instellingen voor krankzinnigen. Je werd door je familie verzorgt of opgenomen in een gasthuis. Daar werden vaak op zolder hokken getimmerd om de gevaarlijke mensen in op te sluiten. In de 15e eeuw verschenen in Nederland de eerste dolhuizen, waarin huisjes of cellen waren samengevoegd rondom een binnenplaats. De Reinier van Arkel Stichting in ’s Hertogenbosch uit 1442 was het eerste dolhuis in Nederland.

In 1564 werd in het Leprooshuis in Haarlem, het huidige Dolhuys museum, plaatsgemaakt voor een nieuwe bewonersgroep bestaande uit krankzinnigen. Voor hen werd er een aparte vleugel met veertien dolcellen gebouwd. Er werd onderscheid gemaakt tussen mensen die hun verstand kwijt waren maar zich rustig gedroegen en degenen die druk en agressief waren: zij werden ‘dol’, ‘furieus’ of ‘razend’ genoemd. Die laatsten moest je ketenen en met geweld bedwingen totdat zij weer wat rustiger werden. Het beste was om ze zolang in een hok of een cel op te sluiten. Dit waren de gedachtes van toen en hier komt de naam ‘dolcel’ dus vandaan. Opgesloten zitten in een dolcel moet verschrikkelijk zijn geweest. Een luikje bovenin de cel zorgde wel voor wat licht en frisse lucht, maar daaronder zat een zware buitendeur en een getraliede binnendeur. Het interieur van de gemiddelde dolcel was karig, als krankzinnige kreeg je slechts een houten krib en een poepdoos. In de winter werd het ijskoud in de cel en moesten verhitte stenen voor wat warmte zorgen.

In 1849 verhuisden de krankzinnige bewoners in het Dolhuys naar een nieuw gesticht. De meeste dolcellen werden gesloopt en het gebouw kreeg een andere functie. Eén dolcel werd bestemd voor onhandelbare gekken die door de politie waren opgepakt en wachtten op overplaatsing naar een gesticht. Deze dolcel, één van de laatste oorspronkelijke dolcellen in Europa, is nu onderdeel van museum het Dolhuys. Door de dolcel binnen te stappen en de deur achter je te sluiten kun je zelf ten dele ervaren hoe iemand die daar werd opgesloten zich gevoeld moet hebben: eenzaam, koud en gedesoriënteerd.

De dolcel is veranderd van een lege kooi op zolder tot de klinische isoleercel die vandaag de dag wordt gebruikt om mensen in toom te houden, tegen zichzelf en anderen te beschermen en tot kalmte te dwingen. De isoleercel is controversieel. Volgens het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap, is vrijheidsontneming op basis van ziekte, handicap of psychosociale beperking niet gerechtvaardigd. Veel van de GGZ-instellingen in Nederland willen dan ook af van het gebruik van de isoleercel of separeerruimte. Volgens hen is de isoleercel rijp voor het museum.

Auteur: Nina Bergh

Delen